Volkskrant 25 februari 2006
Rutger Pontzen
Vier ton. Per jaar. En dat om van Nederlandse kunstenaars schilderijen aan te kopen, en die vervolgens aan buitenlandse musea weg te geven. Musea die bovendien genoeg eigen kapitaal hebben om zelf iets uit Nederland aan te schaffen. Maar dat niet doen, omdat ze kunst uit Amerika en Engeland interessanter vinden. Zijn we niet gek geworden?
De twee schilderijen van Marlène Dumas die volgende maand aan Tate Modern in Londen worden geschonken: links Lucy (2004) en rechts Stern (2004).
Volgens de stichting Dutch Art Works niet. De stichting van impresario en manager Gerard van Lennep heeft het voor elkaar gekregen geld van de BankGiroLoterij te ontvangen om op een eigenzinnige manier Nederlandse kunst aan vooraanstaande musea in het buitenland te schenken. Robert Zandvliet aan Bonn, Marlene Dumas aan de Tate Modern in Londen en, waarschijnlijk, binnenkort Jan Dibbets aan het Centre Pompidou in Parijs en Karel Appel aan het Louisiana in Denemarken.
Het klinkt al met al bijzonder merkwaardig, zulke vrijwillige schenkingen, die bovendien veel geld kosten.
Het initiatief is om twee redenen uniek: nooit eerder werden op deze manier Nederlandse kunstwerken aan het buitenland geschonken, en nooit eerder met zoveel privé-kapitaal. De vraag is alleen hoe effectief deze manier van Holland-promotie is.
Tot nu toe is de promotie van Nederlands kunst altijd het exclusieve domein van de overheid geweest. En het kent een lange geschiedenis - van vallen en opstaan.
Zo probeerde de afdeling 'presentatie buitenland' van de toenmalige Rijksdienst Beeldende Kunst in de jaren tachtig een voet tussen de deur te krijgen bij de buitenlandse kunstwereld, door eigen tentoonstellingen van Nederlandse kunst ongevraagd de grens over te zetten. Zonder veel succes.
Eind jaren negentig begon kunstambassadeur Reyn van der Lugt dit 'aanbodbeleid' door een 'vraagbeleid' te vervangen. Vanuit New York probeerde hij in heel Noord-Amerika interesse te kweken voor het Hollandse cultuurgoed. Met aanmerkelijk betere resultaten dan de Rijksdienst voordien. Reden waarom de Mondriaan Stichting en het Fonds BKVB, die het buitenlandbeleid sinds het debacle van de Rijksdienst moesten uitvoeren, Van der Lugts model overnamen. En uitbreidden.
Nu worden er lofts in New York gehuurd en ateliers in diverse wereldsteden voor het artist-in-residence-programma. Nederlandse galeries krijgen geld om acte de présence te geven op kunstbeurzen over de hele wereld. Buitenlandse curatoren worden naar Nederland gevlogen; Nederlandse 'kunstprofessionals' naar het buitenland.
Inmiddels besteedt het Fonds een half miljoen en de Mondriaan Stichting ruim drie miljoen euro aan 'internationale activiteiten', buiten de ruim één miljoen euro cultuurgelden die de ministeries van Buitenlandse Zaken en OCW nog besteden.
Geldpotjes genoeg dus, net als organisaties en initiatieven. Met als belangrijkste conclusie: de promotie van Nederlandse kunst is niet zozeer een kwestie van tentoonstellingen en kunstwerken alleen. Het gaat ook om visa, studio's, appartementen, logistieke en organisatorische ondersteuning, netwerken en de uitwisseling van kennis en ervaring. Een versnipperd beleid, zonder kracht om een vuist te maken.
Reden om het initiatief van Dutch Art Works niet a priori te wantrouwen. Een schenking van enkele gericht aangekochte werken heeft, in tegenstelling tot een tentoonstellingen, een blijvender effect. Overbodig wordt het echter met de keuze van deze kunstenaars. Dumas, Dibbets, Zandvliet of Appel behoren zonder meer tot de beste Nederlandse kunstenaars van dit moment. Ze behoren ook tot de club van grootverdieners die zichzelf meer dan voldoende kunnen bedruipen, die in het buitenland overbekend zijn en die door gerenommeerde galeries worden vertegenwoordigd die goed in staat zijn hun werk aan de grote internationale musea te slijten.
Met zo'n eenzijdige kunstenaarskeuze is de vraag gerechtvaardigd: ter promotie van wie of wat zijn deze schenkingen? Van Nederland, of een handvol individuen die geen ondersteuning nodig hebben?
Copyright: de Volkskrant